Toetsonderdelen & ondersteuning

Taal

Het domein taal bestaat uit zes deeltoetsen.

Leesvaardigheid
Bij de deeltoets leesvaardigheid wordt een aantal teksten aangeboden waarover de leerling vragen dient te beantwoorden. Tijdens het beantwoorden van de vragen kunnen de teksten teruggelezen worden. Iedere leerling krijgt minstens drie verschillende type teksten aangeboden.

Taalverzorging
Bij de deeltoets taalverzorging komen de volgende onderdelen aan bod: spelling werkwoorden, spelling niet-werkwoorden en interpunctie.

Woordenschat
Bij de deeltoets woordenschat wordt de syntactische kennis (synonieme zinnen en uitdrukkingen) en semantische kennis (woordbetekenis en woorden met gelijke betekenis) getoetst. Ook moeten leerlingen woorden uit de context kunnen afleiden.

Begrippenlijst
De deeltoets begrippenlijst bestaat uit vragen met betrekking tot zinsontleding en woordbenoemen.

Luistervaardigheid (optioneel)
Bij de deeltoets luistervaardigheid krijgt de leerling een aantal fragmenten te zien en te horen waarover vragen worden gesteld. Tijdens het beantwoorden van de vragen kunnen de fragmenten altijd worden teruggekeken. Iedere leerling krijgt minstens drie verschillende fragmenten aangeboden.

Dictee (optioneel)
Bij het onderdeel dictee krijgen leerlingen een audiofragment te horen waarin een zin wordt voorgelezen gevolgd door het woord dat leerlingen moeten intypen.

Rekenen

Het domein rekenen bestaat uit vier deeltoetsen:

Getallen
Bij de deeltoets getallen worden items over de schrijfwijze van getallen, het gebruiken van getallen en getalrelaties voorgelegd. Daarnaast komen de onderdelen hoofdrekenen en hoofdbewerkingen aan bod.

Verhoudingen
De deeltoets verhoudingen bestaat uit items die ingaan op verhoudingen, procenten, breuken en decimalen.

Meten & Meetkunde
De deeltoets meten & meetkunde gaat in op maten voor lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, temperatuur, geld en tijd. Daarnaast dienen leerlingen meetinstrumenten te kunnen gebruiken.

Verbanden
De deeltoets verbanden gaat in op het lezen en interpreteren van gegevens uit tabellen, grafieken en diagrammen.

De onderdelen van rekenen bevatten enkel afbeeldingen wanneer deze betrekking hebben op de vraag. De rekenvragen spitsen zich enkel toe op rekenen. Begrijpend lezen wordt bij het onderdeel leesvaardigheid getest. Alle afbeeldingen bij het onderdeel rekenen kunnen worden vergroot door erop te klikken.

Functioneren

Functioneren is een optioneel onderdeel. Functioneren richt zich op de onderwerpen zelfconcept en werkhouding. Het gaat bij de beantwoording van de vragen niet om goed of fout, maar om de mening van de leerling. Welke stelling past goed bij de leerling en welke past minder bij de leerling. Hoewel dit onderdeel optioneel is, kan het resultaat bijdragen in de verdere ontwikkeling binnen het voortgezet onderwijs. De resultaten van dit onderdeel worden in een aparte rapportage weergegeven.

Werkhouding
Werkhouding bestaat uit verschillende vragen die gaan over de manier waarop een leerling over het leren op school denkt. Het gaat hierbij om onderwerpen die te maken hebben met orde en netheid van het schoolwerk, leergierigheid, concentratievermogen en de wil om te presteren. 

Hoe hoger de score, hoe meer plezier de leerling ervaart bij zijn of haar inzet voor schoolse taken. Hoe lager de score, hoe meer moeite de leerling heeft om gestructureerd te werken of om de aandacht langere tijd vast te houden.

Zelfconcept
Zelfconcept bestaat uit verschillende vragen die gaan over de manier waarop een kind zichzelf ziet en voelt ten opzichte van anderen. Het gaat hierbij om onderwerpen die te maken hebben met de eigenwaarde, gemoedstoestand, het omgaan met bepaalde situaties en het contact met anderen. 

Hoe hoger de score, hoe positiever het beeld is dat de leerling van zichzelf heeft. Hoe lager de score, hoe meer de leerling twijfelt aan het beeld van zichzelf en de eigen mogelijkheden.

Ondersteuning

Dyslexie
Voor leerlingen met een dyslexieverklaring kan er gebruik gemaakt worden van ReadSpeaker. Hiermee worden de leesteksten en de vragen voorgelezen. De antwoorden worden niet voorgelezen. De testbegeleider kan deze optie zelf activeren voor de leerlingen met dyslexie. Voor alle leerlingen is het daarnaast mogelijk om het lettertype te vergroten.

Dyscalculie
Voor leerlingen met een dyscalculieverklaring is er geen aparte versie. Er zit echter geen tijdslimiet aan de eindtoets. Leerlingen kunnen de rekenonderdelen in eigen tempo maken. De leerlingen mogen gebruikmaken van kladpapier. Het adaptieve karakter draagt eraan bij dat leerlingen met dyscalculie vragen krijgen op hun eigen niveau. 

Auditieve beperking
Leerlingen met een auditieve beperking kunnen de onderdelen luistervaardigheid en dictee overslaan. Dit zijn geen verplichte onderdelen.

Hulpmiddelen
Leerlingen mogen bij alle deeltoetsen kladpapier gebruiken. Iedere leerling ontvangt voorafgaand aan de toets een A4 met daarop de inloggegevens. Dit papier kan de leerling als kladpapier gebruiken. Andere hulpmiddelen (zoals tafelkaart of rekenmachine) zijn niet toegestaan.